Datum van publicatie:

Promotie: Lianne Verhage-Schregardus

Titel proefschrift: Arm and hand function in infants at risk of Unilateral Spastic Cerebral Palsy and their long-term outcomes

Promotor: prof. dr. J.W. (Jan Willem) Gorter

Copromotoren: dr. N.E. (Niek) van der Aa, dr. M. (Marco) Brussel

Wanneer: donderdag 18 juni 2026, 14.15-15.15 uur

Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht en digitaal via de livestream

 

Samenvatting

Sommige baby’s krijgen rond de geboorte een eenzijdige hersenbeschadiging. Dit kan leiden tot unilaterale spastische cerebrale parese (USCP): een aandoening waarbij de spierspanning aan één kant van het lichaam verhoogd is, waardoor de handvaardigheid beperkt kan zijn. Ook kinderen zonder USCP, maar met een eenzijdige hersenbeschadiging, kunnen problemen hebben met hun handvaardigheid; al zijn deze vaak milder.
Met behulp van MRI’s van de hersenen, zijn we steeds beter in staat om te voorspellen welke baby’s een hoog risico hebben om USCP te ontwikkelen. Of een kind daadwerkelijk USCP ontwikkelt, wordt vastgesteld met gestandaardiseerde bewegingsonderzoeken. Vroege herkenning is belangrijk, omdat therapie dan kan starten in een periode waarin de hersenen nog veel kunnen leren en zich aan kunnen passen. Dit vergroot de kans op een betere ontwikkeling.

Een belangrijk vroeg signaal is asymmetrie in het bewegen van de armen en handen. Met een gestandaardiseerde test van de arm- en handfunctie kan vanaf ongeveer 3,5 maand worden voorspeld of een baby USCP ontwikkelt. Ook draagbare bewegingssensoren om de polsen, vanaf deze leeftijd, blijken een veelbelovende en gemakkelijke manier om verschillen in armgebruik te meten. Bij jongere baby’s is deze asymmetrie mogelijk ook, maar subtieler, aanwezig.

Ouders van baby’s met eenzijdige hersenschade ervaren in het eerste levensjaar vaak stress en onzekerheid. Goede begeleiding van een kinderfysiotherapeut en/of ergotherapeut én informatie over de toekomstige ontwikkeling van hun kind, wordt door ouders zeer gewaardeerd. Hierdoor groeit gedurende het eerste levensjaar bij ouders het vertrouwen in de ontwikkeling van hun kind en in hun eigen rol als ouder.
Voor de toekomst is het belangrijk om diagnostiek met behulp van bewegingsonderzoek verder te ontwikkelen. Daarnaast is het belangrijk om een interventieprogramma te ontwikkelen die ouders in staat te stelt de ontwikkeling van hun kind te ondersteunen, direct na de diagnose eenzijdige hersenschade bij hun baby.