PhD studenten brengen niet het grootste deel van hun promotietraject door achter een stoffig bureau zoals Isabel vorige keer al in BLOG Brainwave schreef. Wij zien en spreken patiënten, discussiëren met collega’s op congressen en symposia en begeleiden stagiaires tijdens hun opleiding. In tegenstelling tot het stereotype beeld van onderzoek, bestaat mijn gemiddelde werkdag niet alleen uit het lezen en schrijven van artikelen, maar juist uit veel sociaal contacten. Dit maakt onderzoek doen leuk, divers en inspirerend werk.

Maar uiteindelijk zit aan promoveren ook een harde realiteit verbonden: Het primaire product van een promotietraject bestaat uit een aantal artikelen die (hopelijk) gepubliceerd zijn in prestigieuze tijdschriften. Deze artikelen staan vol met terminologie waar de gemiddelde Nederlander (en gemiddelde patiënt) duizelig van wordt. Een onherroepelijk gevolg is dat dit werk alleen wordt gelezen door wetenschappers die werkzaam zijn in dezelfde niche. Maar dit is nou eenmaal de manier waarop onderzoekers werken.

Gedreven door impact factor (want zo gaat het in de regel) en op advies van mijn supervisor, stuurde ik mijn eerste artikel hoopvol naar ‘Proceedings of National Academic Sciences’ (PNAS). In de eerste twee weken bleef het stil. Goed nieuws, want dat betekent dat het artikel naar alle waarschijnlijkheid bij reviewers terecht is gekomen en het niet is afgewezen door de editor. Anderhalve maand later kreeg ik de eerste afwijzing (juni 2017), met de bijbehorende deuk in zelfvertrouwen en enthousiasme. Maar zoals een goede promovendus betaamt sprokkel je je zelfvertrouwen bij elkaar en begin je vol goede moed aan de revisie van je stuk. Poging twee, ditmaal ‘Journal of Neuroscience’, wederom naar reviewers. De tweede afwijzing bereikte mijn mailbox in september 2017. Op deze manier daalde ik langzaam de ‘ladder der impact factors’ af. Op het moment van schrijven (april 2019) ontvang ik de zoveelste afwijzing, ditmaal van Human Brain Mapping. Het is moeilijk in te schatten hoeveel tijd dit stuk me uiteindelijk heeft gekost, maar het is overduidelijk dat het publiceren van een artikel een bijzonder tijdrovend proces is. In dit geval zijn we twee jaar verder en begint ook de acquisitie van de data achterhaald te raken. Bij elke afwijzing zakt de moed me opnieuw in de schoenen en vraag ik mezelf af voor wie ik dit eigenlijk allemaal doe. Voor het handjevol wetenschappers dat mijn duizelingwekkende aaneenschakeling van vakjargon kan begrijpen?

En op dit soort dagen, als ik de handdoek het liefst in de ring wil gooien, dan komt er een patiënt vol enthousiasme en energie de behandelkamer binnen om zijn/haar steentje bij te dragen aan de wetenschap. Daarom, vergeet nooit waar je het voor doet: Niet voor prestigieuze tijdschriften of wetenschappelijk faam, maar voor de patiënt!

Geschreven door Jord Vink, junior onderzoeker bij projecten UNOS en B-STARS.