De onderzoeker houdt zich in de eerste plaats bezig met, het woord zegt het al, onderzoek. Echter, het takenpakket van de onderzoeker is breder dan alleen onderzoek. In deze blog wil ik het hebben over acquireren: het werven van nieuwe onderzoeksprojecten. Een onderzoekersrol die wat mij betreft meer aandacht verdient in de opleiding van jonge onderzoekers. Voor de jonge ouders onder ons: dit blog gaat dus over een ander soort potje, het zogenaamde financiële potje.

Ik werk nu ruim 8 jaar in het onderzoek en als ik iets geleerd heb is het wel dat hoe talentvol je ook bent als onderzoeker, om ver te komen in de onderzoekswereld is het van groot belang dat je leert om kansen te signaleren en subsidies binnen te halen. Bij elk nieuw projectidee popt immers al snel de vraag op “Uit welk potje gaan we dat betalen?”. Naast onderzoek doen zijn onderzoekers dan ook continu bezig met acquireren. Subsidies binnen halen is essentieel voor onderzoekers om belangrijk onderzoek te kunnen blijven doen en de zorg voor patiënten te kunnen blijven verbeteren.

Om van een brainstorm-idee tot een subsidieaanvraag te komen is een intensief, tijdrovend maar vaak ook inspirerend proces. Heel anders dan het schrijven van een artikel of onderzoeksprotocol. Je krijgt te maken met subsidietaal (woorden als consortium, co-creatie en synergie doen het altijd goed), begrotingen en complexe online systemen om de aanvraag in te dienen. Zo’n aanvraag moet aan allerlei criteria voldoen, maatschappelijke relevantie, innovatie en patiëntenparticipatie om er enkele te noemen. Vaak is er een strakke woordenlimiet en moet je jouw onderzoeksidee beknopt doch overtuigend op papier zien te krijgen. Niet alleen je projectidee, maar ook jezelf moet je verkopen met een indrukwekkende biosketch of professionele biografie.

Een goede subsidieaanvraag schrijven is dus een vak apart. Als je bedenkt dat sommige bedrijven hiervoor zelfs professionele subsidiewervers in dienst hebben die gespecialiseerd zijn in het schrijven van zulke aanvragen, is het dan niet een idee om junior onderzoekers op zijn minst een basis subsidietraining of “potjestraining” te geven? Tenminste, zo lang onderzoekers afhankelijk zijn van subsidies om onderzoek te kunnen doen. Zo vergroot je de kansen van de jonge onderzoeker en als organisatie levert het je ook iets op.

Marion Sommers-Spijkerman is postdoc onderzoeker op het project ALS Parents & Kids Support.